Italië opnieuw op het Eurosongfestival. Ik kreeg haast last van de waterlanders toen bekend raakte dat de winnaar van de jongerenselectie van het grote festival van het lichte lied meteen ook afgevaardigd werd naar Düsseldorf.
De man die Italië daar gaat vertegenwoordigen, Raphael Gualazzi, wordt nu al de zoon van Paolo Conte genoemd maar hij behoeft die adoptieve titel niet. Conte is een witte neger met een grafstem, een gepatenteerde, beroesde riedelaar en grossiert in heerlijk absurde poëzie. Gualazzi woekert er op los met een eerder beperkt stembereik: een amechtig charmante crooner en vooral een bijwijlen virtuoos jazzpianist die echt entertaint. Het nummer “Follira d’amore” lijkt weggelopen uit een jazzy ballroom om tijdens het refrein even luchtig als tuchtig met het eeuwige canzone te flirten.
Eurosong niente emozione
Dat de Rai na veertien jaar te schitteren door zijn afwezigheid terug iemand naar Eurosong afvaardigt valt nauwelijks uit te leggen. Tenzij het bedoeld is als stunt. De reden voor het afhaken in 1997 lag aan het weinige animo aka kijkcijfer wat Eurosong in de Italiaanse huiskamers teweegbracht. Eurosong was te weinig show, had geen bekende gezichten en niente emozione . Hoe valt het anders uit te leggen dat ze dan wel naar vier eindeloos lange finaleavonden van het festival di Sanremo konden kijken, het televisie-evenement van het jaar.
Viva il varietà
San Remo is namelijk het toppunt van bombast, niet om aan te zien maar het heeft wel de dosis varietà die de gemiddelde Italiaan bij Eurosong zo node ontbeerde . Er dreigt al eens iemand van het vierde balkon te springen, de decolletés en de splitten in de jurken van de presentatrices zijn adembenemend en de halve internationale showbizz en jetset komen opdraven voor een gastoptreden. Een kijkcijferkanon, jawel maar vooral een staande ovatie voor zichzelf en de mythische status van het canzone. Het Italiaanse lichte lied leek te verwateren bij al dat geweld in Eurovisie. Mama Italia verkoos om het eigen kind weg te halen uit dat alsmaar baldadiger wordende klasje.
Plejade, pantheon en ereperk
Ik geef ze niet helemaal ongelijk mijn Italianen (ze lezen namelijk mee: mijn zoon en mijn dochter en hun moeder). Italië is immers onuitputtelijk als het op cantare (oh, oh, oh, oh!) aankomt. Natuurlijk heb je de midstream kleppers à la Eros Ramazotti en de bij leven bijgezete legendes (Boby Solo, Modugno). Maar man, man wat een scala beweegt zich daarnaast: de eigenzinnige Gianna Nannini, de lichtjes maar net voldoende weerbarstige Giovanotti. Een plejade is dat, in de rand van de musica leggera samen met Laura Pausini, Alice, Elisa, Malika Ayane, Sergio Cammariere en Tiziano Ferro ( allemaal eigenlijk ontdekt via Sanremo). Daarnaast defileert een pantheon van levende legendes: Celentano, Milva, Paty Pravo, Vasco Rossi, Pino Daniele, Giorgio Gaber, Enzo Jannacci langsheen een ereperk van cantautori: Fabizio de Andre, Roberto Murolo en Lucio Battisti. Dat zijn mijn grote drie van het Italiaanse chanson. Als ik morgen – samen met Andre Vermeulen – een programma op Klara krijg dan zal u wat horen (ik hyperlink die laatste drie dus maar even).
Ik wordt vast op de vingers getikt want de lijst van zangers en cantautori/singers-songwriters is eindeloos. En dan vergeet ik die hele zuidelijke falanx van Napolitaanse zangers die letterlijk de ziel uit hun lijf zingt.
Kijk in Italië wordt je of voetballer of zanger(es) en als het echt niet gaat politicus.
N.B.: Berlusconi is overigens een gesjeesde charmezanger.
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus – mod






11/05/2011 om 16:01
Leuke blog & gelijk heb je!
Dimmi: dove è il grande Battiato? Dé Italiaanse zanger!
Beste groet… ciao.